Blijf je fiscaal ten laste van je ouders als student-zelfstandige?
Bedragen gecontroleerd in juli 2026 tegen officiële bronnen (RSVZ, FOD Financiën, VLAIO, Groeipakket) — zie onderaan.
Je blijft fiscaal ten laste van je ouders zolang je aan drie voorwaarden tegelijk voldoet: je maakt op 1 januari van het aanslagjaar deel uit van hun gezin, je hebt geen beroepsinkomsten die je ouders als beroepskost inbrengen, en je nettobestaansmiddelen blijven onder de jaargrens — € 12.300 voor inkomstenjaar 2026.
Dankzij de vrijgestelde schijf van € 7.010 studenteninkomen en het kostenforfait van 20 % ligt de werkelijke grens bruto een stuk hoger: als pure student-zelfstandige met alleen winst kom je in 2026 pas rond € 22.385 bruto belastbaar in de gevarenzone.
De drie voorwaarden
- Gezin op 1 januari: op kot met domicilie bij je ouders is geen probleem; een eigen domicilie wel. De toestand op 1 januari geldt voor het volledige inkomstenjaar — wie in november verhuist, is voor het hele jaar niet meer ten laste.
- Geen beroepsinkomsten die voor je ouders beroepskosten zijn: absolute uitsluiting, ongeacht het bedrag. Sinds inkomstenjaar 2025 gaat het niet alleen om loon maar om alle beroepsinkomsten: factureer je als student-zelfstandige aan de zaak van je ouders en trekken zij die factuur af, dan ben je niet meer ten laste.
- Nettobestaansmiddelen onder de jaargrens (zie het stappenplan hieronder).
Sinds inkomstenjaar 2025 geldt bovendien: wie een (equivalent) leefloon ontving, kan niet meer ten laste zijn, ongeacht bedrag of periode.
Zo bereken je je nettobestaansmiddelen (stappenplan FOD Financiën)
- Neem het brutobedrag van al je inkomsten (na aftrek van sociale bijdragen, inclusief ingehouden bedrijfsvoorheffing). Nog geen kosten aftrekken.
- Trek de vrijgestelde bedragen af: de eerste € 7.010 (2026) van je studenteninkomen — studentenjob, verenigingswerk én je winst, baten of bedrijfsleidersbezoldiging als student-zelfstandige, samen in één korf — en de eerste € 4.200 aan onderhoudsgeld (het saldo daarvan telt voor 80 %).
- Trek je kosten af: je werkelijke bewezen kosten of het forfait van 20 %, met een minimum van € 580 (2026) voor bezoldigingen en baten.
- Vergelijk het resultaat met de jaargrens: € 12.300 voor inkomstenjaar 2026.
Telt onder meer mee: loon, winst, baten, vakantiegeld, dividenden en intresten (ook met bevrijdende voorheffing), onroerende inkomsten en het saldo van onderhoudsgeld. Telt niet mee: Groeipakket/kinderbijslag, studiebeurzen zonder opbouw van sociale rechten en tegemoetkomingen aan gehandicapten.
Alle fiscale grenzen per inkomstenjaar (2017–2026)
| Inkomstenjaar | Grens nettobestaansmiddelen | Vrijgestelde schijf studenteninkomen | Min. kostenforfait | Belastingvrije som |
|---|---|---|---|---|
| 2026 (AJ2027) | € 12.300 (uniform) | € 7.010 | € 580 | € 11.180 |
| 2025 (AJ2026) | € 12.000 (uniform) | € 6.840 | € 570 | € 10.910 |
| 2024 (AJ2025) | € 7.290 (uniform) | € 3.310 | € 550 | € 10.570 |
| 2023 (AJ2024) | € 7.010 (uniform) | € 3.190 | € 530 | € 10.160 |
| 2022 (AJ2023) | € 3.490 / € 5.040 / € 6.400 | € 2.910 | € 480 | € 9.270 |
| 2021 (AJ2022) | € 3.410 / € 4.920 / € 6.250 | € 2.840 | € 470 | € 9.050 |
| 2020 (AJ2021) | € 3.380 / € 4.880 / € 6.200 | € 2.820 | € 460 | € 8.990 |
| 2019 (AJ2020) | € 3.330 / € 4.810 / € 6.110 | € 2.780 | € 450 | € 8.860 |
| 2018 (AJ2019) | € 3.270 / € 4.720 / € 5.990 | € 2.720 | € 440 | € 7.430 |
| 2017 (AJ2018) | € 3.200 / € 4.620 / € 5.860 | € 2.660 | € 430 | € 7.270 |
Tot en met inkomstenjaar 2022 verschilde de grens naargelang de gezinssituatie (samen belast / alleenstaande / gehandicapt kind van alleenstaande); sinds inkomstenjaar 2023 geldt één uniforme grens, die in 2025 fors werd verhoogd en structureel verankerd.
Wat kost het je ouders als je eruit valt?
Een kind ten laste verhoogt de belastingvrije som van de ouders. Val je uit het ten-lastestatuut, dan kost dat het gezin naargelang de situatie honderden tot ruim duizend euro per jaar. De toets is bovendien alles-of-niets per jaar: één euro boven de grens en het volledige voordeel vervalt voor dat jaar.
Betaal je zelf belasting? En de andere grenzen?
Los van de ten-lastetoets betaal je zelf pas personenbelasting zodra je belastbaar inkomen boven de belastingvrije som van € 11.180 (2026) uitkomt.
De fiscale grens is sinds 2025 vele malen ruimer dan de socialebijdragedrempel: wie fiscaal ten laste blijft maar boven € 17.374,08 netto belastbaar zit, verliest wél het studentenbijdragevoordeel en het Groeipakket. De toetsen staan los van elkaar — check dus altijd alle drie. Sociale bijdragen en Groeipakket.
Speciale uitsluiting bij een gezinsvennootschap: kreeg je als student-zelfstandige bedrijfsleidersbezoldigingen uit een vennootschap die je ouder controleert, en zijn die meer dan € 2.000 bruto én meer dan de helft van je belastbaar inkomen, dan kun je niet ten laste zijn.
Wat betekent dit voor jouw situatie?
De gratis check rekent alle grenzen tegelijk door voor jouw jaar, gewest en inkomen — statuut, bijdragen, fiscaal, Groeipakket en ziekteverzekering.
Doe de gratis check voor student-zelfstandigenVerder lezen
- Hoeveel mag ik verdienen?
- Voorwaarden van het statuut
- Sociale bijdragen per jaar
- Groeipakket en kinderbijslag
- Belastingen, btw en boekhouding
- Alle bedragen 2026
- Veelgestelde vragen
- Student-ondernemer vs -zelfstandige
- Studentenjob of zelfstandige?
- Versoepelingen 1 oktober 2026
- Het volledige referentiedocument met alle bronnen
Officiële bronnen bij deze pagina
- FOD Financiën — Kinderen ten laste
- FOD Financiën — Nettobestaansmiddelen berekenen
- FOD Financiën — Andere personen ten laste
- Liantis — FAQ student-zelfstandige
Laatst bijgewerkt: juli 2026. Alle bedragen komen uit hetzelfde geauditeerde datamodel als de calculator en worden jaarlijks bijgewerkt.